Gordel en kinderen in de auto
Artikel 35 van de Wegcode: de gordelplicht voor bestuurder en passagiers, kinderzitjes voor kinderen kleiner dan 1,35 m, de airbag, de uitzonderingen en de graad van de overtredingen.
Waarom dit ertoe doet
De veiligheidsgordel is het eenvoudigste en meest doeltreffende veiligheidsmiddel in de auto. De Wegcode maakt er dan ook een strikte plicht van, met aparte regels voor kinderen. Op het examen komen deze vragen vaak voor, en de vragen over kinderzitjes kunnen zwaar wegen: een kind zonder geschikt kinderbeveiligingssysteem vervoeren is een overtreding van de derde graad.
De gordelplicht
De hoofdregel staat in artikel 35.1.1: "De bestuurder en de passagiers van auto's die aan het verkeer deelnemen, moeten de veiligheidsgordel dragen" op de plaatsen die ermee uitgerust zijn . De plicht geldt dus voor iedereen in de auto, voorin en achterin, en voor elke rit, hoe kort ook. Als bestuurder draag je zelf je gordel; passagiers zijn verantwoordelijk voor de hunne, maar als bestuurder zorg je er natuurlijk voor dat kinderen correct vastzitten.
Gordels en kinderzitjes moeten bovendien correct gebruikt worden. Artikel 35.1.3 vraagt dat ze "worden gebruikt op een wijze die de beschermende werking ervan niet negatief beïnvloedt" . Een gordel onder de arm of achter de rug dragen, of een kinderzitje dat niet goed vastgemaakt is, voldoet dus niet.
Kinderen kleiner dan 1,35 m
Kinderen "van minder dan 18 jaar en kleiner dan 135 cm" moeten "worden vervoerd in een voor hen geschikt kinderbeveiligingssysteem" . Een kinderbeveiligingssysteem is een kinderzitje, een babyschelp of een verhogingskussen dat past bij de lengte en het gewicht van het kind. Het criterium is de lengte (1,35 m), niet de leeftijd. Een kind van 10 jaar dat kleiner is dan 1,35 m zit dus nog in een zitje of op een verhogingskussen. Een kind groter dan 1,35 m draagt de gewone gordel.
De airbag
Een baby in een naar achteren gerichte babyschelp mag niet vóór een actieve airbag zitten. De Wegcode: kinderen "worden niet in een naar achteren gericht kinderbeveiligingssysteem op een passagierszitplaats met een voorairbag vervoerd", tenzij "deze airbag is uitgeschakeld" . Een airbag die opent tegen de rugleuning van een babyschelp kan het kind zwaar verwonden.
Als er geen plaats meer is voor een derde zitje
Soms passen er achterin geen drie kinderzitjes naast elkaar. Artikel 35.1.2 voorziet daarvoor een uitzondering: als er al twee kinderbeveiligingssystemen achterin staan en er geen derde meer bij kan, mag "een derde kind van 3 jaar of ouder en kleiner dan 135 cm worden vervoerd" op de achterbank zonder zitje, "indien het de veiligheidsgordel draagt" . Voorin blijft een zitje verplicht.
In een taxi
"In taxi's waarin geen kinderbeveiligingssysteem aanwezig is" mogen kinderen kleiner dan 1,35 m zonder zitje vervoerd worden, maar dan op een andere zitplaats dan voorin .
Wie is vrijgesteld?
Artikel 35.2.1 somt de vrijstellingen op. Vrijgesteld zijn onder meer "de bestuurders die achteruit rijden", "de bestuurders van taxi's wanneer zij een klant vervoeren" en "De personen die in het bezit zijn van een vrijstelling op grond van gewichtige medische tegenindicaties" afgeleverd door de bevoegde minister of een buitenlandse overheid . Ook postbodes tijdens de bedeling vallen onder de uitzonderingen. Voor een gewone bestuurder geldt in de praktijk enkel de uitzondering bij het achteruitrijden en de medische vrijstelling, en die laatste moet je kunnen tonen.
Welke graad?
Het KB van 30 september 2005 deelt de gordelovertreding in bij de tweede graad: de bestuurder en passagiers "moeten de veiligheidsgordel dragen, op de plaatsen die ermee zijn uitgerust" . Een kind zonder geschikt kinderzitje vervoeren is strenger: dat de "kinderen van minder dan 18 jaar en kleiner dan 135 cm vervoerd worden in een voor hen geschikt kinderbeveiligingssysteem" staat bij de overtredingen van de derde graad . De onmiddellijke inning bedraagt "€ 128" voor de tweede graad en "€ 191" voor de derde graad .
Samengevat
- Bestuurder en alle passagiers dragen de gordel op elke zitplaats die ermee uitgerust is (art. 35.1.1).
- Kinderen jonger dan 18 jaar en kleiner dan 1,35 m zitten in een geschikt kinderbeveiligingssysteem.
- Geen naar achteren gericht zitje voorin bij een actieve airbag.
- Als twee zitjes achterin de plaats innemen, mag een derde kind vanaf 3 jaar met de gordel zonder zitje achterin.
- Vrijgesteld: achteruitrijden, taxibestuurders met een klant, medische vrijstelling.
- Gordel niet dragen: tweede graad. Kind zonder kinderzitje: derde graad (zware fout op het examen).
Bronnen bij deze les
Klik op een nummertje in de tekst om het fragment uit de bron te zien.
- [1]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 35: Veiligheidsgordels en kinderbeveiligingssystemenOpen “De bestuurder en de passagiers van auto's die aan het verkeer deelnemen, moeten de veiligheidsgordel dragen”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [2]Vias institute, wegcode.be: Koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad (gsm, gordel, kinderzitje, lading)Open “mag de bestuurder geen mobiel elektronisch apparaat met een scherm gebruiken, vasthouden noch manipuleren”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [3]Vias institute, wegcode.be: Overtredingen per graad: boetebedragen (onmiddellijke inning)Open “Hoe hoger de graad, des te zwaarder de straf.”Geraadpleegd op 19 oktober 2026