RRijzzRijbewijs B

Leren

Alle leerstof, met de bron erbij

50 lessen over de wegcode, verdeeld over 9 thema's. Elke regel verwijst naar het artikel in de Wegcode of naar een officiële bron. Klik op het nummertje achter een zin om de bron te lezen.

Op weg

De basisbegrippen van de wegcode, je plaats op de rijbaan, wegmarkeringen, richting veranderen, kruisen en inhalen, lichten en geluidssignalen.

0/7 gelezen

  1. 1De weg in woordenDe begrippen waarmee de Wegcode werkt, zoals rijbaan, rijstrook, fietspad, trottoir, berm, bebouwde kom, kruispunt, bestuurder en voertuigsoorten, en het verschil tussen stilstaan en parkeren.
  2. 2Je plaats op de rijbaanRechts houden, wanneer je in de bebouwde kom je rijstrook mag kiezen, in files rijden, de busstrook, de pechstrook, eenrichtingsverkeer en ritsen.
  3. 3Wegmarkeringen lezenWitte en gele strepen, doorlopend of onderbroken, stopstreep en haaientanden, zebrapad en fietsoversteek, pijlen, verdrijvingsvlakken en dambordmarkering.
  4. 4Richting veranderen en manoeuvresRichtingaanwijzers, voorsorteren, rechts en links afslaan, voorrang bij het afslaan, keren, achteruitrijden en de andere manoeuvres waarbij je voorrang moet verlenen.
  5. 5Kruisen en inhalenRechts kruisen, links inhalen als regel en rechts inhalen als uitzondering, de voorwaarden om in te halen, de plaatsen waar het verboden is en de borden C35 tot C41.
  6. 6Lichten en geluidssignalenWanneer je dimlichten, grootlichten, mistlichten en standlichten gebruikt, wat dagrijlichten wel en niet doen, en wanneer je mag claxonneren of je waarschuwingsknipperlichten mag aanzetten.
  7. 7Verkeerslichten en bevelenDe hiërarchie tussen bevelen, verkeerslichten, verkeersborden en verkeersregels, de armgebaren van de agent, de driekleurige lichten, pijlen, het oranjegele knipperlicht, rijstrooklichten en voetgangerslichten.

Kruispunten en voorrang

Voorrang van rechts, voorrangsborden, rotondes, verkeerslichten, bevelen van bevoegde personen, manoeuvres en trams.

0/6 gelezen

  1. 1Wat voorrang betekentWat "voorrang verlenen" precies inhoudt, de drie basisplichten op elk kruispunt, trams en prioritaire voertuigen.
  2. 2Voorrang van rechtsDe basisregel op kruispunten zonder borden of lichten, de uitzonderingen (rotonde, verboden rijrichting, aardeweg) en het bord B17.
  3. 3VoorrangsbordenDe borden B1 tot B23, de haaientanden en de stopstreep, en hoe een voorrangsweg de voorrang van rechts vervangt.
  4. 4RotondesWat een rotonde is volgens de Wegcode, wie voorrang heeft, wanneer je de richtingaanwijzer gebruikt en waar je op de rotonde rijdt.
  5. 5Links afslaan en manoeuvresWie links afslaat laat de tegenliggers voorgaan, wie een manoeuvre uitvoert laat iedereen voorgaan, en wie een trottoir of fietspad kruist laat de gebruikers ervan voorgaan.
  6. 6Kruispunten vrijhouden en overwegenEen kruispunt niet oprijden als je het blokkeert, het kruispunt vrijmaken bij lichten, en alle regels en borden voor overwegen.

Snelheid

Snelheidslimieten in Vlaanderen en de andere gewesten, zones, aangepaste snelheid, reactietijd, remweg, veiligheidsafstand en de zware overtredingen.

0/4 gelezen

  1. 1SnelheidslimietenDe algemene snelheidslimieten in Vlaanderen, Brussel en Wallonië, de borden C43 en C45, zone 30, woonerf, fietszone en de limieten voor zwaardere voertuigen.
  2. 2De juiste snelheid kiezenArtikel 10: je snelheid aanpassen aan de omstandigheden, altijd kunnen stoppen voor een voorzienbare hindernis, niet abnormaal traag rijden en niet plots remmen.
  3. 3Reactietijd, remweg en volgafstandHoe reactieafstand en remweg samen de stopafstand vormen, waarom de remweg kwadratisch groeit, de invloed van nat wegdek en de tweesecondenregel voor je volgafstand.
  4. 4Zware overtredingen en de gradenHet KB van 30 september 2005 deelt de overtredingen in vier graden in. Wat de graden betekenen, welke overtredingen erin zitten, hoe snelheidsovertredingen apart beboet worden en wat 5 strafpunten kost op het examen.

Stilstaan en parkeren

Het verschil tussen stilstaan en parkeren, waar het verboden is, parkeerborden, de parkeerschijf, blauwe zone en voorbehouden plaatsen.

0/5 gelezen

  1. 1Stilstaan of parkeren?Het verschil tussen een stilstaand en een geparkeerd voertuig, aan welke kant je stopt, hoe je je auto opstelt en wat er met de berm en de voetgangers moet gebeuren.
  2. 2Waar je niet mag stilstaan én niet mag parkerenArtikel 24 van de Wegcode, met alle plaatsen waar zelfs even stoppen verboden is, de afstanden van 5 en 20 meter en de graad van de overtredingen.
  3. 3Waar je wel mag stilstaan maar niet parkerenArtikel 25 en 27.5 van de Wegcode: de plaatsen waar even stoppen mag maar parkeren verboden is, met de afstanden van 1, 3 en 15 meter en de tijdslimieten van 24, 8 en 3 uur.
  4. 4Parkeerborden, parkeerschijf en beurtelings parkerenDe E-borden en hun onderborden, tot waar een parkeerbord geldt, hoe je de parkeerschijf juist gebruikt in een blauwe zone, betalend parkeren en het halfmaandelijks beurtelings parkeren.
  5. 5Voorbehouden plaatsen en de wielklemParkeerplaatsen voor personen met een handicap, de speciale kaart, plaatsen voor bewoners en autodelen, elektronisch toezicht op kenteken en de wielklem.

Jij en je auto

Documenten, verzekering en keuring, gordel en kinderzitjes, alcohol en drugs, gsm, vermoeidheid, lading, aanhangwagens, banden, ongeval en pech.

0/8 gelezen

  1. 1Documenten en verzekeringWat je met een rijbewijs B mag besturen (3500 kg, 8 passagiers, aanhangwagen, code 96), hoe lang het rijbewijs geldig is en welke boorddocumenten altijd in de auto moeten liggen.
  2. 2Gordel en kinderen in de autoArtikel 35 van de Wegcode: de gordelplicht voor bestuurder en passagiers, kinderzitjes voor kinderen kleiner dan 1,35 m, de airbag, de uitzonderingen en de graad van de overtredingen.
  3. 3Alcohol, drugs en medicatieDe alcohollimieten van 0,5 en 0,2 promille, de ademtest en de speekseltest, het rijverbod van 12 uur, de sancties, en de gevaren van drugs, geneesmiddelen en vermoeidheid.
  4. 4Afleiding en de gsmArtikel 8.3 en 8.4 van de Wegcode: je voertuig altijd onder controle, geen mobiel elektronisch apparaat met scherm in de hand, de houder als enige uitzondering, en de derde graad voor wie het toch doet.
  5. 5Lading, aanhangwagen en slepenArtikel 45 tot 49 van de Wegcode: hoe je een lading vastmaakt, hoe ver ze mag uitsteken, wanneer je ze moet signaleren, de maximale breedte en hoogte, en hoeveel voertuigen je mag trekken.
  6. 6Techniek, onderhoud en verplichte uitrustingBanden met minstens 1,6 mm profiel, de technische keuring (na 4 jaar, daarna om de 2 jaar), en wat verplicht aan boord moet liggen: brandblusser, gevarendriehoek, veiligheidsvest en verbandetui.
  7. 7Pech en ongevalArtikel 51 en 52 van de Wegcode: de gevarendriehoek op 30 m en 100 m, het fluohesje op autosnelwegen, wat je doet bij een ongeval met enkel blikschade of met gewonden, het aanrijdingsformulier, 112 en vluchtmisdrijf.
  8. 8Zuinig en milieuvriendelijk rijdenEcodriving: vroeg schakelen, anticiperen, constante snelheid, bandenspanning, motor afzetten bij wachten, airco en dakdragers, en de lage-emissiezones in Antwerpen en Gent.

Verkeersborden

Alle gevaarsborden, voorrangsborden, verbodsborden, gebodsborden, parkeerborden, aanwijzingsborden en onderborden, met hun exacte betekenis.

0/7 gelezen

  1. 1GevaarsbordenDe driehoekige borden met rode rand waarschuwen je voor een gevaar verderop. Je leert waar ze staan, wat de onderborden eraan toevoegen en hoe je de borden die op elkaar lijken uit elkaar houdt.
  2. 2VoorrangsbordenDe borden B1 tot B23 regelen wie voorrang heeft op een kruispunt of in een smalle doorgang. Je leert het verschil tussen voorrang verlenen en stoppen, tussen een voorrangsweg en voorrang op één kruispunt, en wat de fietsersborden B22 en B23 toelaten.
  3. 3VerbodsbordenRond met een rode rand: iets mag niet. Je leert welke weggebruikers de toegangsverboden treffen, welke verboden maar tot het volgende kruispunt gelden, hoe een verbod eindigt en wat zonale geldigheid betekent. Met extra aandacht voor C1, C35 en C43, de borden die op het examen 5 strafpunten kunnen kosten.
  4. 4GebodsbordenRond en blauw: iets moet. Je leert de verplichte richtingen D1 en D3, de rotonde D5, het verplichte fietspad D7, de paden voor voetgangers, fietsers en ruiters (D9 tot D13) en wat de onderborden eraan veranderen.
  5. 5Borden over stilstaan en parkerenDe E-borden van de Wegcode. Wat E1 en E3 verbieden, hoe beurtelings parkeren werkt, wat de E9-borden toelaten en hoe ver zo'n bord reikt.
  6. 6AanwijzingsbordenDe F-borden, gegroepeerd per soort: bebouwde kom, autosnelweg en autoweg, woonerf en zones, eenrichtingsverkeer, doodlopende weg, rijstroken, wegwijzers, voorbehouden wegen en de dienstenborden.
  7. 7OnderbordenDe blauwe en witte onderborden die een bord preciseren (afstand, lengte, aard van het gevaar, categorie, tijd, herhaling, pijlen) en de M-onderborden voor fietsers, bromfietsers en speed pedelecs.

Andere weggebruikers

Voetgangers, fietsers, speedpedelecs, steps, bromfietsen, motorrijders, bussen en trams, prioritaire voertuigen, kinderen en groepen.

0/5 gelezen

  1. 1VoetgangersWie voetganger is, waar voetgangers stappen, hoe je een zebrapad nadert en welke afstand je houdt. Een voetganger op een zebrapad hinderen is een zware fout.
  2. 2Fietsers en speedpedelecsWaar fietsers en speedpedelecs rijden, hoe je ze inhaalt (1 m binnen de bebouwde kom, 1,5 m erbuiten), oversteekplaatsen voor fietsers, de borden B22 en B23 en fietsers in groep.
  3. 3Bromfietsen, motorrijders en stepsBromfiets klasse A en B, speedpedelec en motorfiets, waar ze rijden, de helmplicht van art. 36, motorrijders in groep en de regels voor elektrische steps en andere voortbewegingstoestellen.
  4. 4Prioritaire voertuigen, bussen en tramsWat een prioritair voertuig is, wanneer je de doorgang moet vrijmaken, de bus die een halte verlaat binnen de bebouwde kom, schoolbussen en het verkeer rond trams.
  5. 5Kinderen, ouderen, groepen en ruitersDubbel voorzichtig bij kinderen, bejaarden en personen met een handicap, nooit door een groep of stoet breken, de aanwijzingen van begeleiders en wegkapiteins, wielerwedstrijden en ruiters.

Autosnelwegen en bijzondere wegen

Autosnelwegen en autowegen, spitsstroken, tunnels, overwegen, woonerven, fietsstraten, voetgangerszones, schoolstraten en zone 30.

0/4 gelezen

  1. 1AutosnelwegenWie niet op de autosnelweg mag, de minimumsnelheid van 70 km/u, de verboden van art. 21 (keren, achteruitrijden, spookrijden, stilstaan), de pechstrook, vrachtwagens en de spitsstrook.
  2. 2Autowegen en tunnelsDe autoweg tussen F9 en F11, wie er wel en niet op mag, welke verboden van de autosnelweg er ook gelden, de maximumsnelheid en het bord F8 voor lange tunnels.
  3. 3Woonerf, zone 30, fietszone en andere bijzondere zonesDe snelheid en de gedragsregels in een woonerf (20 km/u), een zone 30, een fietszone, een voetgangerszone, een speelstraat, een schoolstraat en op wegen voorbehouden voor zacht verkeer.
  4. 4OverwegenHoe je een overweg nadert, wanneer je ze nooit mag oprijden (slagbomen, rode knipperlichten, geluidssein), het verbod om op de sporen stil te vallen en de borden A41 tot A47.

Je rijbewijs halen

Hoe het theorie-examen verloopt, het voorlopig rijbewijs, de begeleider, het vormingsmoment, het praktijkexamen en het terugkommoment in Vlaanderen.

0/4 gelezen

  1. 1Het theorie-examenHoe het Vlaamse theorie-examen rijbewijs B verloopt: 50 vragen, slagen vanaf 41, zware fouten, 15 seconden per vraag, de prijs, de leeftijd, de oogtest, de geldigheid en wat er gebeurt na twee mislukkingen.
  2. 2Het voorlopig rijbewijs in VlaanderenM36 met begeleider, M18 zonder begeleider en M12 na vervallen, de voorwaarden voor de begeleider en het vormingsmoment, het L-teken, het nachtverbod en de minimale oefenperiode van 5 maanden.
  3. 3Praktijkexamen en terugkommomentDe voorwaarden voor het praktijkexamen, de risicoperceptietest en de proef op de openbare weg, de examenauto, wat na een mislukking en het verplichte terugkommoment van 4 uur, 6 tot 9 maanden na je rijbewijs.
  4. 4Wat verandert op 1 juni 2027Op 1 juni 2027 vervangt de Code van de openbare weg de Wegcode van 1975. Tot dan test het examen de huidige regels. De datum, de hoofdlijnen, de nieuwe borden en waarom de oude borden geldig blijven tot 2045.