RRijzzRijbewijs B
Jij en je auto 8 min

Lading, aanhangwagen en slepen

Artikel 45 tot 49 van de Wegcode: hoe je een lading vastmaakt, hoe ver ze mag uitsteken, wanneer je ze moet signaleren, de maximale breedte en hoogte, en hoeveel voertuigen je mag trekken.

Waarom dit ertoe doet

Een slecht vastgemaakte lading is een projectiel bij een noodstop en een gevaar voor wie achter je rijdt. De Wegcode legt in de artikelen 45 tot 47 vast hoe een lading geschikt moet zijn, hoe ver ze mag uitsteken en hoe je ze signaleert. Artikel 49 regelt het slepen. Op het examen krijg je vooral vragen over de uitsteek achteraan (1 m), het rood-witte bord bij een lading die verder uitsteekt, en de maximale breedte en hoogte.

De lading moet goed geschikt zijn

Artikel 45.1 geeft de basisregel: "De lading van een voertuig moet zodanig geschikt zijn dat ze bij normale wegomstandigheden" "de zichtbaarheid van de bestuurder niet kan hinderen", "de stabiliteit van het voertuig niet in het gedrang kan brengen" en "niet op de openbare weg kan slepen of vallen" .

Verder bepaalt artikel 45 dat ladingen van graan, vlas, stro of veevoeder in bulk of balen overdekt moeten worden, dat lange stukken onderling en aan het voertuig stevig vastgemaakt moeten worden, en dat "Al wat dient om de lading vast te maken of te beschutten moet in goede staat zijn" . Versleten spanbanden of een gescheurd dekzeil zijn dus ook een overtreding.

Hoe ver mag de lading uitsteken?

Artikel 46 legt de afmetingen vast. De breedte van een auto met lading mag maximaal 2,55 m bedragen (2,60 m voor voertuigen die volgens het technisch reglement zo breed mogen zijn), met uitzonderingen voor bulkgoederen zoals graan of stro . De hoogte van een geladen voertuig mag maximaal 4 m zijn .

Vooraan is de regel streng: "In geen geval mag de lading van voren buiten het vooreinde van het voertuig" uitsteken . Voor de uitsteek achteraan bij auto's geldt in Vlaanderen, net als in Brussel en Wallonië, een grens van 1 m, met uitzonderingen voor lange ondeelbare stukken (tot 3 m) en enkele specifieke voertuigen . Bij fietsen en bromfietsen mag de lading achteraan maximaal 0,50 m uitsteken .

De lading signaleren

Steekt de lading meer dan 1 m achter het voertuig uit, dan moet je ze signaleren. Artikel 47 schrijft daarvoor "een vierkant bord" voor met "een zijde van 0,50 meter" en "afwisselende rode en witte strepen van ongeveer 75 mm breed", dat achteraan aan de lading bevestigd wordt . Moet het voertuig verlicht zijn (bij nacht of slecht zicht), dan komt daar "een naar achteren gericht rood licht, en een oranje reflector aan elke zijkant" bij . Het hoogste punt van die lichten of reflectoren mag "niet meer dan 1,60 meter boven de grond" zitten en het laagste "niet minder dan 0,40 meter boven de grond" .

Slepen en aanhangwagens

Artikel 49.1 bepaalt dat een motorvoertuig in principe "slechts één voertuig" mag trekken . Een auto met een aanhangwagen én nog een tweede aanhangwagen erachter is dus niet toegelaten. Een ander motorvoertuig slepen mag enkel als dat voertuig zich "niet meer op eigen kracht kan verplaatsen" of "niet meer alle veiligheidswaarborgen biedt" . Is de afstand tussen de twee voertuigen "groter is dan 3 meter", dan moet de koppeling gesignaleerd worden, overdag "door een rode lap" en bij verlichtingsplicht door een oranje licht dat van opzij zichtbaar is .

Welke aanhangwagen je met rijbewijs B mag trekken, leerde je in de les over documenten: tot 750 kg MTM altijd, een zwaardere als "MTM trekkend voertuig + aanhangwagen is maximaal 3500 kg", anders code 96 (tot 4250 kg) of BE .

Welke graad?

Een lading die niet voldoet aan artikel 45.1 (zicht hinderen, stabiliteit in gevaar, kan vallen of slepen) is een overtreding van de tweede graad: het KB over de graden neemt de regel "De lading van een voertuig moet zodanig geschikt zijn dat ze bij normale wegomstandigheden" op in zijn tweede graad . Ook de regels over het overdekken van bulkladingen, het vastmaken van lange stukken en de goede staat van de bevestigingsmiddelen zitten in de tweede graad .

Samengevat

  • De lading mag het zicht niet hinderen, de stabiliteit niet in gevaar brengen en niet vallen of slepen (art. 45.1). Bevestigingsmiddelen in goede staat.
  • Uitsteek achteraan: hoogstens 1 m; daarboven een rood-wit bord van 0,50 m en bij verlichtingsplicht een rood licht en oranje zijreflectoren (art. 46, 47). Vooraan mag de lading niet uitsteken.
  • Maximale breedte 2,55 m, maximale hoogte 4 m (art. 46).
  • Een motorvoertuig trekt hoogstens één voertuig (art. 49.1). Slepen mag enkel een voertuig dat niet meer op eigen kracht kan rijden; koppeling langer dan 3 m signaleren met een rode lap.
  • Aanhangwagen met rijbewijs B: tot 750 kg altijd, zwaarder als het geheel hoogstens 3500 kg MTM weegt.
  • Een niet-conforme lading is een overtreding van de tweede graad.

Bronnen bij deze les

Klik op een nummertje in de tekst om het fragment uit de bron te zien.

  1. [1]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 45: Lading van de voertuigen: algemene voorschriftenOpen “De lading van een voertuig moet zodanig geschikt zijn dat ze bij normale wegomstandigheden”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
  2. [2]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 46: Lading van de voertuigen: afmetingenOpen “In geen geval mag de lading van voren buiten het vooreinde van het voertuig”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
  3. [3]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 47: Lading van de voertuigen: signalisatieOpen “een zijde van 0,50 meter”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
  4. [4]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 49: Slepen en aanhangwagensOpen “slechts één voertuig”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
  5. [5]FOD Mobiliteit en Vervoer, mobilit.belgium.be: Personenwagen + aanhangwagen (categorie BE en B met code 96)Open “MTM van de aanhangwagen is meer dan 750 kg maar MTM trekkend voertuig + aanhangwagen is maximaal 3500 kg”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
  6. [6]Vias institute, wegcode.be: Koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad (gsm, gordel, kinderzitje, lading)Open “mag de bestuurder geen mobiel elektronisch apparaat met een scherm gebruiken, vasthouden noch manipuleren”Geraadpleegd op 19 oktober 2026