De juiste snelheid kiezen
Artikel 10: je snelheid aanpassen aan de omstandigheden, altijd kunnen stoppen voor een voorzienbare hindernis, niet abnormaal traag rijden en niet plots remmen.
Waarom dit ertoe doet
De maximumsnelheid is een plafond, geen doel. Wie bij mist, regen of in een drukke schoolstraat precies de limiet rijdt, rijdt te snel. Artikel 10 van de Wegcode legt de verantwoordelijkheid bij jou: je kiest je snelheid zo dat je altijd kunt stoppen voor wat je kunt zien aankomen. Op het examen vertaalt zich dat in vragen als "Wat is de juiste snelheid in deze situatie?" waar het antwoord zelden het getal op het bord is.
Snelheid regelen naar de omstandigheden
"Elke bestuurder moet zijn snelheid regelen zoals vereist wegens de aanwezigheid van andere weggebruikers" , en de Wegcode somt op waar je verder rekening mee houdt: in het bijzonder de meest kwetsbaren, de weersomstandigheden, de plaatsgesteldheid, de belemmering van het verkeer, het zicht, de staat van de weg en van je voertuig en je lading. Vijf vragen die je jezelf stelt:
- Wie is er? Kinderen, fietsers, voetgangers, ouderen: kwetsbare weggebruikers vragen een lagere snelheid.
- Hoe is het weer? Regen, mist, sneeuw of ijzel verlengen je remweg en verkorten je zicht.
- Waar ben ik? Een smalle straat met geparkeerde auto's, een bocht, een kruispunt zonder zicht.
- Wat zie ik? Bij duisternis zie je enkel wat je lichten verlichten.
- Waarmee rijd ik? Versleten banden, een zware lading of een aanhangwagen veranderen het rijgedrag.
Altijd kunnen stoppen
De kern van artikel 10 staat in punt 10.1.3°: "De bestuurder moet in alle omstandigheden kunnen stoppen voor een hindernis die kan worden voorzien." Je moet dus ook een voldoende veiligheidsafstand houden tot je voorligger. "Voorzien" is het sleutelwoord: een kind dat achter een bal de straat op loopt in een woonwijk is voorzienbaar; een boom die vlak voor je op de weg valt niet. Daarom zijn de regels strenger waar je kwetsbare weggebruikers kunt verwachten.
De VSV vat de gevolgen samen: "Met een snelheid van 50 km/u tegen een muur rijden, is vergelijkbaar met een vrije val van 10 meter maken." Voor voetgangers en fietsers maakt elke kilometer per uur verschil.
Niet te traag, niet plots remmen
Aangepast rijden betekent ook dat je anderen niet hindert. Artikel 10.2 verbiedt het verkeer te hinderen "door abnormaal traag te rijden wanneer daar geen geldige reden toe is, of door plots te remmen" als dat niet om veiligheidsredenen nodig is . En wie zijn snelheid aanzienlijk wil verminderen, moet dat kenbaar maken: remlichten, richtingaanwijzer of een armbeweging, zodat wie achter je rijdt niet verrast wordt.
Op de autosnelweg bestaat daarom zelfs een minimumsnelheid: zonder geldige reden "mag geen enkele bestuurder op een autosnelweg met een lagere snelheid rijden dan 70 km per uur" . File, mist of een defect zijn geldige redenen; "ik rij graag rustig" niet.
Dieren en uitdagen
Twee kleinere bepalingen uit artikel 10 die op het examen opduiken :
- Bij trek-, last- en rijdieren of vee op de weg moet je vertragen en stoppen als de dieren tekenen van angst vertonen (art. 10.3).
- "Het is verboden een bestuurder aan te sporen of uit te dagen overdreven snel te rijden." (art. 10.4) Dat geldt dus ook voor passagiers die hun chauffeur opjutten.
Samengevat
- Je regelt je snelheid naar de andere weggebruikers, het weer, de plaats, het zicht, de staat van de weg en van je voertuig (art. 10.1.1°).
- Je moet in alle omstandigheden kunnen stoppen voor een voorzienbare hindernis, en houdt daarom een voldoende veiligheidsafstand (art. 10.1.3°).
- Rijd niet trager dan je zichtafstand toelaat: 's nachts en bij mist betekent dat trager dan de limiet.
- Niet abnormaal traag rijden zonder reden, niet plots remmen, en een aanzienlijke vertraging kenbaar maken (art. 10.2).
- Minimum 70 km/u op de autosnelweg, tenzij er een geldige reden is (art. 21.2).
- Vertragen en zo nodig stoppen voor dieren (art. 10.3); niemand aansporen om te snel te rijden (art. 10.4, vierde graad).
Bronnen bij deze les
Klik op een nummertje in de tekst om het fragment uit de bron te zien.
- [1]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 10: SnelheidOpen “De bestuurder moet in alle omstandigheden kunnen stoppen voor een hindernis die kan worden voorzien.”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [2]Vlaamse Stichting Verkeerskunde (VSV), veiligverkeer.be: Waarom is te snel rijden zo gevaarlijk?Open “Je legt 14 meter af in 1 seconde als je 50 km/u rijdt.”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [3]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 21: Verkeer op autosnelwegenOpen “mag geen enkele bestuurder op een autosnelweg met een lagere snelheid rijden dan 70 km per uur”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [4]Vias institute, wegcode.be: Koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graadOpen “Het is verboden een bestuurder aan te sporen of uit te dagen overdreven snel te rijden.”Geraadpleegd op 19 oktober 2026