RRijzzRijbewijs B
Autosnelwegen en bijzondere wegen 6 min

Overwegen

Hoe je een overweg nadert, wanneer je ze nooit mag oprijden (slagbomen, rode knipperlichten, geluidssein), het verbod om op de sporen stil te vallen en de borden A41 tot A47.

Waarom dit ertoe doet

Een trein van honderden ton heeft een remweg van honderden meters en kan niet uitwijken. Een botsing op een overweg is daarom bijna altijd dodelijk voor wie in de auto zit. De Wegcode laat geen ruimte voor interpretatie: een overweg oprijden terwijl de slagbomen bewegen of de rode lichten knipperen is een overtreding van de 4de graad, de zwaarste categorie . Op het examen kost een fout op zo'n vraag 5 punten .

De basisregel: dubbel voorzichtig (art. 20.2)

"De weggebruiker die een overweg nadert moet dubbel voorzichtig zijn teneinde alle ongevallen te voorkomen" . Is het een overweg zonder slagbomen of zonder verkeerslichten, of werken de lichten niet, dan mag je je "slechts op de overweg begeven na er zich van vergewist te hebben dat geen enkel spoorvoertuig nadert" . Je kijkt dus zelf links en rechts langs de sporen en luistert, en pas als je zeker bent dat er niets aankomt, steek je over.

Daarbij geldt altijd art. 12.1: "Elke weggebruiker moet voorrang verlenen aan de spoorvoertuigen" en moet zich zo snel mogelijk van de sporen verwijderen . Een trein heeft voorrang, altijd, ook op een overweg zonder enige signalisatie.

Wanneer je nooit mag oprijden (art. 20.3)

"Het is verboden zich op een overweg te begeven" :

  1. "wanneer de slagbomen in beweging of gesloten zijn";
  2. "wanneer de rode knipperlichten branden";
  3. "wanneer het geluidssein werkt".

Eén van de drie volstaat. Zodra de bel rinkelt of het rode licht knippert, stop je, ook al staan de slagbomen nog open. Wachten tot de slagbomen helemaal dicht zijn, is te laat en verboden. Omgekeerd: zodra de slagbomen beginnen te openen maar de lichten nog knipperen, blijf je staan.

Niet stilvallen op de sporen (art. 20.4)

"De bestuurder mag een overweg niet oprijden wanneer het verkeer zodanig belemmerd is" dat hij waarschijnlijk op de overweg zou moeten stoppen . Staat er een file voorbij de overweg, dan wacht je ervoor, ook al zijn de slagbomen open en de lichten uit. Deze regel staat in het KB over de graden als overtreding van de 2de graad . Art. 20.1 verbiedt bovendien elk verkeer op sporen die buiten de rijbaan liggen .

De borden

De overweg wordt aangekondigd met gevaarsborden. Gevaarsborden staan in principe op "ongeveer 150 m afstand van de gevaarlijke plaats", maar A45 en A47 vormen de uitzondering: zij staan "aan of in de onmiddellijke nabijheid van de overweg" .

BordBetekenisPlaats
A41"Overweg met slagbomen"ongeveer 150 m ervoor
A43"Overweg zonder slagbomen"ongeveer 150 m ervoor
A45"Overweg voor enkel spoor"aan de overweg zelf
A47"Overweg voor twee of meer sporen"aan de overweg zelf
A49kruising van de weg door sporen die in de rijbaan liggen (bijvoorbeeld tramsporen)ongeveer 150 m ervoor

Verkeersbord A41: Overweg met slagbomenA41Verkeersbord A43: Overweg zonder slagbomenA43

Verkeersbord A45: Overweg voor enkel spoorA45Verkeersbord A47: Overweg voor twee of meer sporenA47Verkeersbord A49: Kruising met sporen in de rijbaanA49

A45 en A47 zijn de Sint-Andrieskruisen: één kruis voor één spoor, een dubbel kruis voor twee of meer sporen. Zie je A47, dan weet je dat na de eerste trein nog een tweede kan volgen uit de andere richting. Ook dan geldt: pas oversteken als de lichten uit zijn en je zeker bent dat niets nadert.

Samengevat

  • Nader elke overweg dubbel voorzichtig; zonder slagbomen of lichten steek je pas over als je zeker bent dat geen trein nadert (art. 20.2).
  • Spoorvoertuigen hebben altijd voorrang (art. 12.1).
  • Nooit oprijden als de slagbomen bewegen of gesloten zijn, de rode lichten knipperen of het geluidssein werkt (art. 20.3). 4de graad.
  • Niet oprijden als je door het verkeer op de overweg zou moeten stoppen (art. 20.4). 2de graad.
  • A41: overweg met slagbomen; A43: zonder slagbomen; beide op ongeveer 150 m.
  • A45: één spoor; A47: twee of meer sporen; beide aan de overweg zelf.
  • A49: sporen in de rijbaan, zoals tramsporen.

Bronnen bij deze les

Klik op een nummertje in de tekst om het fragment uit de bron te zien.

  1. [1]Vias institute, wegcode.be: Koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graadOpen “Hij moet voorrang verlenen aan de voetgangers die er zich op bevinden”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
  2. [2]Vlaamse overheid, vlaanderen.be: Theorie-examen voor rijbewijs BOpen “Het examen bestaat uit 50 meerkeuzevragen. Om te slagen moet u minstens 41/50 behalen”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
  3. [3]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 20: Verkeer op spoorwegen en overwegenOpen “wanneer de slagbomen in beweging of gesloten zijn; 2° wanneer de rode knipperlichten branden; 3° wanneer het geluidssein werkt”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
  4. [4]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 12: Verplichting voorrang te verlenenOpen “Elke bestuurder moet voorrang verlenen aan de bestuurder die van rechts komt”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
  5. [5]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 66: GevaarsbordenOpen “ongeveer 150 m afstand van de gevaarlijke plaats”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
  6. [6]Vias institute, wegcode.be: Verkeersovertredingen per graad: boetes en verval van het recht tot sturenOpen “Hoe hoger de graad, des te zwaarder de straf.”Geraadpleegd op 19 oktober 2026