Voorrangsborden
De borden B1 tot B23, de haaientanden en de stopstreep, en hoe een voorrangsweg de voorrang van rechts vervangt.
Waarom dit ertoe doet
Op drukkere wegen regelt de wegbeheerder de voorrang met borden. Dan vervalt de voorrang van rechts en geldt wat de borden zeggen. Op het examen moet je elk voorrangsbord in een fractie van een seconde herkennen, want de vraag "wie mag eerst?" hangt er volledig van af. De voorrangsborden hebben gelukkig allemaal een eigen vorm, zodat je ze zelfs van achteren herkent.
Waar staan ze?
"De verkeersborden betreffende de voorrang worden rechts geplaatst." Ze mogen boven de rijbaan of links herhaald worden. Op een examentekening zie je het bord dus rechts van de rijstrook van het voertuig waarvoor het geldt, vlak voor het kruispunt.
Voorrang verlenen: B1 en B5
- B1 (omgekeerde driehoek): "Voorrang verlenen." Je verleent voorrang aan alle bestuurders op de weg die je oprijdt, van links én van rechts. Je hoeft niet te stoppen als er niemand komt.
- B5 (achthoek met STOP): "Stoppen en voorrang verlenen." Hier moet je altijd volledig stoppen, ook al is er niemand te zien. Pas daarna verleen je voorrang.
Artikel 12.3.1 koppelt daar de voorrangsregel aan: wie uit een weg met B1 of B5 komt, "moet voorrang verlenen aan iedere bestuurder die rijdt op de openbare weg of de rijbaan die hij oprijdt" . Dat is de reden waarom je bij een B1 ook voor verkeer van links wacht.
De markeringen op de grond horen bij deze borden :
- De stopstreep is "een witte doorlopende streep, haaks op de rand van de rijbaan aangebracht". Ze duidt de plaats aan waar je moet stoppen bij een bord B5 (of een verkeerslicht).
- De haaientanden zijn "een dwarsstreep gevormd door witte driehoeken" en duiden de plaats aan waar je, zo nodig, moet stoppen om voorrang te verlenen bij een bord B1.
De aankondigingsborden: B3, B7 en B13
- B3 kondigt het bord B1 aan "op de bij benadering aangeduide afstand" .
- B7 kondigt op dezelfde manier het bord B5 aan.
- B13 kondigt het einde van de voorrangsweg (B11) aan.
Die borden verplichten je nog tot niets; ze waarschuwen dat je straks moet wachten of stoppen, zodat je tijdig kunt vertragen.
Voorrang hebben: B9, B11 en B15
- B9 (gele ruit): "Voorrangsweg." Vanaf hier heb je op alle volgende kruispunten voorrang, tot je het bord B11 ("Einde van voorrangsweg.") ziet.
- B15 (driehoek met dikke pijl): "Voorrang." Dit bord geldt enkel voor het eerstvolgende kruispunt. De dikke streep in het symbool kan aangepast worden om het verloop van de voorrangsweg te tonen, bv. een voorrangsweg die afbuigt.
Op een voorrangsweg vervalt de voorrang van rechts: de zijwegen krijgen B1 of B5. Een onderbord bij B1, B3, B5, B7, B9 en B15 kan het tracé van de voorrangsweg tekenen , zodat je ziet welke arm van het kruispunt bij de voorrangsweg hoort.
B17: terug naar de basisregel
"Kruispunt waar de voorrang van rechts geldt." Dit bord staat vaak net na een stuk voorrangsweg, om te waarschuwen dat je voorrang voorbij is.
Smalle doorgang: B19 en B21
Deze twee borden regelen de voorrang bij een wegversmalling waar maar één voertuig tegelijk door kan .
- B19 (rond, met rode rand): je moet voorrang verlenen aan de bestuurders die uit de tegenovergestelde richting komen.
- B21 (vierkant en blauw): je hebt voorrang ten opzichte van de bestuurders uit de tegenovergestelde richting.
Ezelsbruggetje: rood is "wachten", blauw is "gaan". Aan elke kant van de versmalling staat één van beide borden.
Fietsers bij het rode licht: B22 en B23
Deze borden hangen aan verkeerslichten en gelden enkel voor fietsers en bestuurders van speedpedelecs . B22 laat hen bij rood of oranjegeel licht rechts afslaan, B23 laat hen rechtdoor rijden, telkens op voorwaarde dat ze voorrang verlenen aan de andere weggebruikers. "Het voorrangsbord B23 mag alleen worden gebruikt op voorwaarde dat de fietsers geen verkeersstroom moeten dwarsen." Voor jou als autobestuurder betekent dit: verwacht fietsers die bij rood toch doorrijden, en weet dat zij jou voorrang moeten verlenen.
Samengevat
- Voorrangsborden staan rechts, vlak voor het kruispunt (art. 67.1).
- B1: voorrang verlenen aan iedereen op de weg die je oprijdt; stoppen hoeft enkel als het nodig is (haaientanden).
- B5: altijd volledig stoppen aan de stopstreep, dan voorrang verlenen.
- B3, B7 en B13 kondigen B1, B5 en B11 aan.
- B9: voorrangsweg tot B11; B15: voorrang op het eerstvolgende kruispunt.
- B17: de voorrang van rechts geldt (weer).
- B19 (rood): voorrang verlenen in de smalle doorgang; B21 (blauw): voorrang hebben.
- B22 en B23: fietsers en speedpedelecs mogen bij rood rechts afslaan of rechtdoor, mits ze voorrang verlenen.
Bronnen bij deze les
Klik op een nummertje in de tekst om het fragment uit de bron te zien.
- [1]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 67: Verkeersborden betreffende de voorrangOpen “De verkeersborden betreffende de voorrang worden rechts geplaatst.”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [2]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 12: Verplichting voorrang te verlenenOpen “Elke bestuurder moet voorrang verlenen aan de bestuurder die van rechts komt”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [3]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 76: Dwarsmarkeringen (stopstreep, driehoeken, oversteekplaatsen)Open “duidt de plaats aan waar de bestuurders moeten stoppen ingevolge een verkeersbord B5 of een verkeerslicht.”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [4]Vias institute, wegcode.be: Koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graadOpen “Het is verboden een bestuurder aan te sporen of uit te dagen overdreven snel te rijden.”Geraadpleegd op 19 oktober 2026