Wegmarkeringen lezen
Witte en gele strepen, doorlopend of onderbroken, stopstreep en haaientanden, zebrapad en fietsoversteek, pijlen, verdrijvingsvlakken en dambordmarkering.
Waarom dit ertoe doet
Verkeersborden staan naast de weg, markeringen liggen erop. Ze zeggen waar je mag inhalen, waar je moet stoppen, waar voetgangers oversteken en welke richting je op een kruispunt moet volgen. Een doorlopende witte streep overschrijden is een overtreding van de derde graad en kost op het examen vijf punten. De artikelen 72 tot 77 van de Wegcode beschrijven alle markeringen; deze les volgt die volgorde.
Overlangse markeringen: de strepen in de lengte
De witte strepen die rijstroken afbakenen staan in artikel 72.
Doorlopende streep: "Een doorlopende streep betekent dat het iedere bestuurder verboden is deze te overschrijden" . Bovendien is het verboden links van een doorlopende streep te rijden wanneer die de twee rijrichtingen scheidt . Je mag er dus niet over om in te halen, niet om links af te slaan en niet om te keren. De doorlopende streep overschrijden is een overtreding van de derde graad .
Onderbroken streep: "Een onderbroken streep betekent dat het iedere bestuurder verboden is deze te overschrijden, behalve om in te halen, om links af te slaan, om te keren of om van rijstrook te veranderen" . Je rijdt er dus niet zomaar op of over, maar voor die vier manoeuvres mag het wel.
Doorlopende en onderbroken streep naast elkaar: dan "moet de bestuurder alleen rekening houden met de streep die zich aan zijn kant bevindt" . Ligt de onderbroken streep aan jouw kant, dan mag jij inhalen; de tegenliggers niet.
Aankondiging van een doorlopende streep: een onderbroken streep met kortere tussenafstanden en langere trekken kondigt aan dat een doorlopende streep nadert. Dezelfde vorm bakent ook een spitsstrook af .
Busstrook en bijzondere overrijdbare bedding
Een busstrook herken je aan het bord F17 en één of twee brede witte onderbroken strepen; de busstrook "maakt geen deel uit van de rijbaan" . De bijzondere overrijdbare bedding (bord F18) is afgebakend met brede witte doorlopende strepen en is voorbehouden voor trams en bussen . Beide mag je dwarsen op een kruispunt, maar je rijdt er niet op als gewone bestuurder.
Oranje strepen bij werken
Bij wegenwerken worden voorlopige markeringen in het oranje aangebracht. "De oranje doorlopende en onderbroken strepen hebben dezelfde betekenis" als de witte, en de voorlopige markeringen maken de witte markeringen op dezelfde plaats waardeloos . Zie je oranje strepen, volg die dan en negeer de witte eronder. Een oranje doorlopende streep overschrijden is eveneens een overtreding van de derde graad .
Het fietspad op de rijbaan
Een deel van de openbare weg "dat afgebakend is door twee evenwijdige witte onderbroken strepen en dat niet breed genoeg is voor het autoverkeer, is een fietspad" . Auto's horen op de rijbaan en niet op dat fietspad: "Wanneer de openbare weg een rijbaan omvat moeten de bestuurders deze rijbaan volgen" .
Randmarkeringen: geel en wit
"Een gele onderbroken streep mag op de werkelijke rand van de rijbaan" aangebracht worden; "Langs deze gele streep is het parkeren op de rijbaan verboden" . Stilstaan mag er wel.
"Een brede witte doorlopende streep mag op de rijbaan aangebracht worden om de denkbeeldige rand" van de rijbaan aan te duiden. "Het aan de andere kant van deze streep gelegen deel van de openbare weg is voorbehouden voor het stilstaan en parkeren" . Die brede randstreep mag je dus wel overschrijden om te parkeren, maar niet om erop te rijden.
Dwarsmarkeringen: stoppen, voorrang en oversteken
Stopstreep: "Een stopstreep gevormd door een witte doorlopende streep, haaks op de rand van de rijbaan" "duidt de plaats aan waar de bestuurders moeten stoppen ingevolge een verkeersbord B5 of een verkeerslicht" . B5 betekent "Stoppen en voorrang verlenen." . Bij een stopstreep stop je volledig, ook als er niemand aankomt.
Haaientanden: "Een dwarsstreep gevormd door witte driehoeken, duidt de plaats aan waar de bestuurders, zo nodig," "moeten stoppen om voorrang te verlenen ingevolge een verkeersbord B1" . B1 betekent "Voorrang verlenen." . Bij haaientanden hoef je niet te stoppen als de weg vrij is; je moet wel voorrang verlenen.
Zebrapad: "De oversteekplaatsen voor voetgangers worden afgebakend door witte banden, evenwijdig met de as van de rijbaan" . Het bord F49 kondigt zo'n oversteekplaats aan.
Fietsoversteek: oversteekplaatsen voor fietsers en bromfietsers "worden afgebakend door twee onderbroken strepen gevormd door witte vierkanten of parallellogrammen" . Het bord F50 hoort erbij.
Andere markeringen: pijlen, vlakken en vakken
Voorsorteringspijlen: witte pijlen bij het naderen van een kruispunt duiden aan welke rijstrook je kiest voor welke richting. "Op het kruispunt moeten de bestuurders bovendien de of één van de richtingen volgen" die de pijlen aanduiden . Sta je eenmaal op een rijstrook met een pijl naar links, dan moet je links.
Rijstrookverminderingspijlen: schuine pijlen die aankondigen dat een rijstrook wegvalt. "Deze pijlen kondigen een vermindering van het aantal rijstroken aan die in de gevolgde richting mogen gebruikt worden" .
Verdrijvingsvlakken en verkeersgeleiders: witte evenwijdige schuine strepen op de grond. "De bestuurders mogen niet rijden, stilstaan of parkeren op deze markeringen" .
Parkeervakken: "In een parkeerstrook mogen witte markeringen de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan" .
Opstelvak voor fietsers: een vak bij het verkeerslicht waar fietsers en bromfietsers "zich enkel tijdens de rode fase van de verkeerslichten mogen opstellen" .
Dambordmarkering: "Een dambordmarkering die bestaat uit witte vierkanten, mag op de grond worden aangebracht" om een deel van de weg aan te duiden dat voorbehouden is voor trams en bussen .
Samengevat
- Doorlopende witte streep: nooit overschrijden en er niet links van rijden. Derde graad.
- Onderbroken streep: overschrijden mag om in te halen, links af te slaan, te keren of van rijstrook te veranderen.
- Twee strepen naast elkaar: enkel de streep aan jouw kant telt.
- Oranje strepen bij werken vervangen de witte.
- Twee onderbroken strepen die een smalle strook afbakenen: fietspad, verboden voor auto's.
- Gele onderbroken streep aan de rand: parkeren verboden, stilstaan toegelaten.
- Brede witte randstreep: denkbeeldige rand van de rijbaan, daarbuiten is voor stilstaan en parkeren.
- Stopstreep (B5 of verkeerslicht): altijd stoppen. Haaientanden (B1): stoppen als het nodig is om voorrang te verlenen.
- Zebrapad: witte banden evenwijdig met de rijbaan. Fietsoversteek: witte vierkanten of parallellogrammen.
- Voorsorteringspijlen zijn bindend op het kruispunt. Op verdrijvingsvlakken rijd, sta of parkeer je niet.
Bronnen bij deze les
Klik op een nummertje in de tekst om het fragment uit de bron te zien.
- [1]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 72: Overlangse markeringen die de rijstroken aanduidenOpen “Een doorlopende streep betekent dat het iedere bestuurder verboden is deze te overschrijden.”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [2]Vias institute, wegcode.be (gecoördineerde tekst): Koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graadOpen “De overtredingen op de hierna vermelde bepalingen zijn overtredingen van de derde graad”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [3]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 73: Voorlopige markeringen bij werken (oranje strepen)Open “De oranje doorlopende en onderbroken strepen hebben dezelfde betekenis”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [4]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 74: Overlangse markeringen die een fietspad aanduidenOpen “en dat niet breed genoeg is voor het autoverkeer, is een fietspad.”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [5]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 9: Plaats van de bestuurders op de openbare wegOpen “Elke bestuurder die de rijbaan volgt moet zo dicht mogelijk bij de rechterrand van die rijbaan blijven”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [6]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 75: Overlangse markeringen die de rand van de rijbaan aanduidenOpen “Langs deze gele streep is het parkeren op de rijbaan verboden.”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [7]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 76: Dwarsmarkeringen (stopstreep, driehoeken, oversteekplaatsen)Open “duidt de plaats aan waar de bestuurders moeten stoppen ingevolge een verkeersbord B5 of een verkeerslicht.”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [8]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 67: Verkeersborden betreffende de voorrangOpen “De verkeersborden betreffende de voorrang worden rechts geplaatst.”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [9]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 77: Andere markeringen (pijlen, verdrijvingsvlakken, parkeervakken, opstelvak, dambord)Open “De bestuurders mogen niet rijden, stilstaan of parkeren op deze markeringen.”Geraadpleegd op 19 oktober 2026