Voetgangers
Wie voetganger is, waar voetgangers stappen, hoe je een zebrapad nadert en welke afstand je houdt. Een voetganger op een zebrapad hinderen is een zware fout.
Waarom dit ertoe doet
Een voetganger heeft geen carrosserie, geen gordel en geen airbag. Bij een aanrijding is de voetganger altijd de verliezer, ook als jij maar 30 km/u reed. Daarom legt de Wegcode de zwaarste zorgplicht bij jou als bestuurder. Op het examen komt dat terug in een reeks vragen over zebrapaden, haltes en kinderen. Een fout op een vraag over een voetganger op een zebrapad is bovendien een fout over een overtreding van de 3de graad en kost je 5 punten in plaats van 1 .
Wie is voetganger?
De Wegcode houdt het kort: een voetganger is "een persoon die zich te voet verplaatst" . Toch is de groep ruimer dan je denkt. Ook deze mensen gelden als voetganger:
- Wie een fiets, een bromfiets of een kinderwagen aan de hand leidt. Hinderen zij andere voetgangers in aanzienlijke mate, dan moeten zij de rijbaan volgen .
- Wie met een niet-gemotoriseerd voortbewegingstoestel (een gewone step, rolschaatsen, een skateboard) niet sneller dan stapvoets rijdt .
- Wie met een verminderde mobiliteit een rolstoel of een scootmobiel gebruikt die uitsluitend voor hen bestemd is en stapvoets rijdt .
Rijdt iemand met een step sneller dan stapvoets, of met een elektrische step, dan wordt die persoon gelijkgesteld met een fietser. Dat verschil komt terug in de les over steps.
Waar voetgangers stappen (art. 42)
Voetgangers moeten een vaste voorkeursvolgorde volgen. Eerst het trottoir of het deel van de weg dat met D9, D10 of D11 is aangeduid, dan de verhoogde berm, de gelijkgrondse berm, de parkeerstrook, de zijdelingse strook, het fietspad en pas als laatste de rijbaan . Op het fietspad "verlenen zij doorgang aan de andere weggebruikers" .
Moet een voetganger toch de rijbaan volgen, dan blijft hij zo dicht mogelijk bij de rand en gaat hij links: "Ze gaan links ten opzichte van de door hen gevolgde richting" . Zo ziet hij het verkeer aankomen. Enkel als de veiligheid het vereist, mag hij rechts stappen. Stoeten, processies en begeleide groepen volgen de rijbaan rechts; groepen van minstens vijf personen mogen ook links achter elkaar stappen .
Oversteken doet een voetganger haaks op de as van de rijbaan, zonder te slenteren of te blijven staan. Is er "op minder dan ongeveer 20 meter afstand een oversteekplaats voor voetgangers", dan moet hij die gebruiken . Staan er voetgangerslichten, dan mag hij de rijbaan niet op "zolang de lichten hun dat niet toelaten" .
Het zebrapad
Een oversteekplaats voor voetgangers herken je aan "witte banden, evenwijdig met de as van de rijbaan" . Het aanwijzingsbord F49 staat bij de oversteekplaats zelf; het gevaarsbord A21 kondigt ze aan .
De regels voor jou als bestuurder staan in art. 40.4 en hangen af van de vraag of het verkeer geregeld wordt.
Verkeer geregeld door lichten of een bevoegd persoon (art. 40.4.1). Voetgangers die al aan het oversteken zijn op het moment dat jij groen krijgt, moet je "de gelegenheid laten het oversteken met een normale gang te beëindigen" . Is jouw rijrichting gesloten, dan stop je vóór de oversteekplaats, niet erop .
Verkeer niet geregeld (art. 40.4.2). Je mag de oversteekplaats enkel met matige snelheid naderen. "Hij moet voorrang verlenen aan de voetgangers die er zich op bevinden" of op het punt staan over te steken . Dat laatste is belangrijk: iemand die aan de stoeprand staat en duidelijk wil oversteken, heeft al voorrang.
Niet blokkeren (art. 40.5). Staat het verkeer voorbij het zebrapad stil, dan rijd je de oversteekplaats niet op als je er waarschijnlijk op zou moeten stoppen .
Afstand, snelheid en kwetsbare voetgangers
Art. 40 legt je nog een reeks plichten op buiten het zebrapad.
- Niet in gevaar brengen (40.1). Op trottoirs, op delen van de weg met D9 of D10, op bermen, vluchtheuvels, in woonerven en speelstraten mag je voetgangers niet in gevaar brengen .
- Dubbel voorzichtig (40.2). Bij kinderen, bejaarden en personen met een handicap, onder wie blinden met een witte of gele stok, moet je "dubbel voorzichtig" zijn, vertragen en zo nodig stoppen . Het bord A23 waarschuwt voor een plaats waar speciaal veel kinderen komen .
- Haltes (40.3). Langs een stilstaande bus of tram matig je je snelheid. Aan een halte zonder vluchtheuvel laat je de reizigers veilig in- en uitstappen .
- Hindernissen (40.6). Moeten voetgangers een hindernis op de rijbaan omzeilen, dan laat je minstens één meter vrij. Kan dat niet en loopt er een voetganger, dan rijd je stapvoets .
- Zijdelingse afstand (40.7). Een voetganger op de rijbaan passeer je met minstens één meter zijdelingse afstand binnen de bebouwde kom en 1,5 meter erbuiten. Lukt dat niet, dan rijd je stapvoets en stop je zo nodig .
Samengevat
- Een voetganger stapt bij voorkeur op het trottoir en gebruikt de rijbaan pas als er niets anders is; op de rijbaan stapt hij links (art. 42).
- Een voetganger moet een oversteekplaats gebruiken als die op minder dan ongeveer 20 meter ligt en steekt haaks over (art. 42.4).
- Zonder lichten nader je een zebrapad met matige snelheid en verleen je voorrang aan wie erop staat of op het punt staat over te steken (art. 40.4.2).
- Met lichten laat je wie al oversteekt, rustig afmaken en stop je vóór het zebrapad bij rood (art. 40.4.1).
- Je rijdt een oversteekplaats niet op als je er waarschijnlijk op moet stoppen (art. 40.5).
- Kinderen, bejaarden en blinden met een witte of gele stok: dubbel voorzichtig, vertragen, zo nodig stoppen (art. 40.2).
- Zijdelingse afstand tot een voetganger op de rijbaan: 1 m binnen de bebouwde kom, 1,5 m erbuiten (art. 40.7).
- Een voetganger op een zebrapad niet laten oversteken is een overtreding van de 3de graad: 5 strafpunten op het examen.
Bronnen bij deze les
Klik op een nummertje in de tekst om het fragment uit de bron te zien.
- [1]Vlaamse overheid, vlaanderen.be: Theorie-examen voor rijbewijs BOpen “Het examen bestaat uit 50 meerkeuzevragen. Om te slagen moet u minstens 41/50 behalen”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [2]Vias institute, wegcode.be: Koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graadOpen “Hij moet voorrang verlenen aan de voetgangers die er zich op bevinden”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [3]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 2: Bepalingen (definities van rijbaan, rijstrook, fietspad, trottoir, bebouwde kom, kruispunt, bestuurder, voertuigen, stilstaan en parkeren)Open “Rijbaan: het deel van de openbare weg dat voor het voertuigenverkeer in het algemeen is ingericht.”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [4]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 42: VoetgangersOpen “Ze gaan links ten opzichte van de door hen gevolgde richting”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [5]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 7bis: Gebruikers van een voortbewegingstoestelOpen “De gebruikers van gemotoriseerde voortbewegingstoestellen worden gelijkgesteld met fietsers.”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [6]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 76: Dwarsmarkeringen (stopstreep, driehoeken, oversteekplaatsen)Open “duidt de plaats aan waar de bestuurders moeten stoppen ingevolge een verkeersbord B5 of een verkeerslicht.”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [7]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 71: AanwijzingsbordenOpen “De aanwijzingsborden worden aangebracht op de plaatsen die, gelet op de aard van de verstrekte aanduiding, geschikt zijn.”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [8]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 66: GevaarsbordenOpen “ongeveer 150 m afstand van de gevaarlijke plaats”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [9]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 40: Gedrag van de bestuurders tegenover voetgangersOpen “Hij moet voorrang verlenen aan de voetgangers die er zich op bevinden”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
- [10]Vias institute, wegcode.be: Verkeersovertredingen per graad: boetes en verval van het recht tot sturenOpen “Hoe hoger de graad, des te zwaarder de straf.”Geraadpleegd op 19 oktober 2026