RRijzzRijbewijs B
Stilstaan en parkeren 7 min

Stilstaan of parkeren?

Het verschil tussen een stilstaand en een geparkeerd voertuig, aan welke kant je stopt, hoe je je auto opstelt en wat er met de berm en de voetgangers moet gebeuren.

Waarom dit ertoe doet

Bijna elke rit eindigt met parkeren, en bijna elke examenreeks bevat een paar vragen over stilstaan en parkeren. De vragen lijken simpel, maar ze draaien vaak om één woord: is dit voertuig nu aan het stilstaan of aan het parkeren? Dat onderscheid bepaalt welke regels gelden. Op sommige plaatsen mag je wel even stoppen om iemand te laten uitstappen, maar niet parkeren. Op andere plaatsen mag je geen van beide. Wie de definities kent, heeft al de helft van dit thema onder de knie.

De twee definities

De Wegcode definieert beide begrippen in artikel 2. Een stilstaand voertuig is "een voertuig dat niet langer stilstaat dan nodig is voor het in- of uitstappen van personen of voor het laden of lossen van zaken" . Een geparkeerd voertuig is "een voertuig dat langer stilstaat dan nodig is voor het in- of uitstappen van personen of voor het laden of lossen van zaken" .

Let op wat er niet in staat: geen tijdsduur en geen vermelding van de bestuurder. Het gaat niet om "minder dan vijf minuten" en ook niet om de vraag of je in de auto blijft zitten. Het enige criterium is de reden van het stilstaan.

Aan welke kant?

Artikel 23 bepaalt waar je een stilstaand of geparkeerd voertuig neerzet. De hoofdregel: "Rechts ten opzichte van zijn rijrichting" . Op een rijbaan met tweerichtingsverkeer stop je dus altijd rechts. Op een rijbaan met eenrichtingsverkeer mag het voertuig aan beide zijden staan, links of rechts.

Als er een berm is die je mag gebruiken, zet je het voertuig buiten de rijbaan. Binnen de bebouwde kom gebeurt dat op de gelijkgrondse berm, buiten de bebouwde kom op elke berm (dus ook op een verhoogde berm). Daarbij geldt een belangrijke regel voor voetgangers: als de berm door voetgangers wordt gebruikt, moet "een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden" aan de buitenkant van de openbare weg . Is de berm niet breed genoeg of niet bruikbaar, dan mag het voertuig deels op de rijbaan of op de zijdelingse strook staan.

Hoe stel je het voertuig op?

Een voertuig dat op de rijbaan staat, moet zo opgesteld worden dat het zo weinig mogelijk hindert. Artikel 23.2 vraagt dat het voertuig "zover mogelijk van de aslijn van de rijbaan" staat en "evenwijdig met de rand van de rijbaan, behoudens bijzondere plaatsaanleg" . Het voertuig staat bovendien in één file, dus niet dubbel geparkeerd naast een ander voertuig. Met "bijzondere plaatsaanleg" bedoelt de Wegcode bijvoorbeeld parkeervakken die schuin of haaks op de rijbaan getekend zijn: dan volg je de vakken.

Motorfietsen zonder zijspan of aanhangwagen mogen wel haaks op de rand van de rijbaan staan, zolang ze de eventuele markering van de parkeerplaats niet overschrijden.

Fietsen, voortbewegingstoestellen en tweewielige bromfietsen horen volgens artikel 23.3 buiten de rijbaan en de parkeerstroken te staan, zonder dat ze andere weggebruikers hinderen of in gevaar brengen. Motorfietsen mogen volgens 23.4 ook buiten de rijbaan en de parkeerstroken staan, op dezelfde voorwaarde .

Een overtreding, maar van welke graad?

De meeste overtredingen op het stilstaan en parkeren zijn overtredingen van de eerste graad. De Wegverkeerswet zegt dat "de andere overtredingen van de federale reglementen" die niet in een hogere graad zijn ingedeeld "overtredingen van de eerste graad" zijn . Enkele parkeerovertredingen die de veiligheid in gevaar brengen zitten in de tweede graad, en één zit zelfs in de vierde graad. Daarover lees je meer in de volgende lessen.

Samengevat

  • Stilstaan: niet langer dan nodig voor het in- of uitstappen van personen of het laden of lossen van zaken (art. 2.22).
  • Parkeren: langer stilstaan dan daarvoor nodig is (art. 2.23). Wachten in de auto is parkeren.
  • Je zet het voertuig rechts ten opzichte van je rijrichting; op een eenrichtingsweg mag het links of rechts (art. 23.1).
  • Is er een bruikbare berm, dan parkeer je daarop en laat je 1,50 m vrij voor voetgangers.
  • Op de rijbaan sta je zo ver mogelijk van de aslijn, evenwijdig met de rand en in één file (art. 23.2).
  • De meeste parkeerovertredingen zijn van de eerste graad.

Bronnen bij deze les

Klik op een nummertje in de tekst om het fragment uit de bron te zien.

  1. [1]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 2: Bepalingen (definities van rijbaan, rijstrook, fietspad, trottoir, bebouwde kom, kruispunt, bestuurder, voertuigen, stilstaan en parkeren)Open “Rijbaan: het deel van de openbare weg dat voor het voertuigenverkeer in het algemeen is ingericht.”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
  2. [2]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 23: Stilstaan en parkerenOpen “Rechts ten opzichte van zijn rijrichting”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
  3. [3]Vias institute, wegcode.be: Wet betreffende de politie over het wegverkeer (Wegverkeerswet), artikel 29: indeling van de overtredingen in gradenOpen “De andere overtredingen van de federale reglementen”Geraadpleegd op 19 oktober 2026