RRijzzRijbewijs B
Stilstaan en parkeren 9 min

Waar je niet mag stilstaan én niet mag parkeren

Artikel 24 van de Wegcode, met alle plaatsen waar zelfs even stoppen verboden is, de afstanden van 5 en 20 meter en de graad van de overtredingen.

Waarom dit ertoe doet

Op de plaatsen uit deze les mag je niet parkeren, maar ook niet even stilstaan om iemand te laten uitstappen. De reden is telkens dezelfde: je voertuig zou er een gevaar vormen of andere weggebruikers onnodig hinderen. Het examen test deze lijst graag met tekeningen: een auto vlak voor een zebrapad, een auto in een bocht, een auto onder een verkeerslicht. Je moet dan snel beslissen of dat mag. De afstanden (5 meter en 20 meter) komen letterlijk terug in de vragen.

De algemene regel

Artikel 24 begint met een algemeen principe: het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke plaats waar het "een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen" . Daarna volgt een lijst van plaatsen waar dat zeker het geval is. De lijst is niet zomaar een opsomming van voorbeelden: elk punt is een afzonderlijk verbod.

De lijst van artikel 24

Nr.PlaatsWat je onthoudt
1°Op de trottoirs en, binnen de bebouwde kom, op de verhoogde bermentenzij een plaatselijke reglementering het toelaat
2°Op de fietspaden en op minder dan 5 m van de plaats waar fietsers en bromfietsers het fietspad op- of afrijden5 m
3°Op de overwegenaltijd, zonder uitzondering
4°Op oversteekplaatsen voor voetgangers, fietsers en bromfietsers, en op de rijbaan op minder dan 5 m vóór die oversteekplaatsen5 m, enkel vóór
5°Op de rijbaan in onderbruggingen en tunnels, en (tenzij plaatselijk anders geregeld) onder bruggen
6°Op de rijbaan nabij de top van een helling en in een bocht wanneer de zichtbaarheid onvoldoende iszicht is het criterium
7°Nabij kruispunten, op minder dan 5 m van de verlenging van de dichtstbijgelegen rand van de dwarsrijbaan5 m, tenzij plaatselijk anders
8°Op minder dan 20 m vóór de verkeerslichten op kruispunten20 m, tenzij plaatselijk anders
9°Op minder dan 20 m vóór de verkeerslichten buiten kruispunten20 m
10°Op minder dan 20 m vóór de verkeersborden20 m
11°Op verhoogde inrichtingen (verkeersdrempels en -plateaus)tenzij plaatselijk anders

De Wegcode formuleert punt 1° als "op de trottoirs en, binnen de bebouwde kommen, op de verhoogde bermen, behoudens plaatselijke reglementering" . Punt 4° luidt voor de rijbaan "op minder dan 5 meter voor deze oversteekplaatsen" en punt 7° "op minder dan 5 meter van de verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaan" . Voor lichten en borden gelden telkens 20 meter: "op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijke reglementering" en "op minder dan 20 meter voor de verkeersborden" .

De uitzondering voor lage voertuigen

De regel van 20 m vóór verkeerslichten buiten kruispunten en vóór verkeersborden (punten 9° en 10°) geldt niet voor lage voertuigen. De Wegcode omschrijft ze als voertuigen "waarvan de hoogte, lading inbegrepen niet meer dan 1,65 m bedraagt", op voorwaarde dat de onderkant van het bord of het licht "zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt" . De gedachte: een lage auto onder een hoog bord verbergt dat bord niet. Een bestelwagen of een auto met dakkoffer kan wel boven 1,65 m uitkomen.

Welke graad?

Het examen trekt vijf punten af bij een fout op een vraag over een overtreding van de derde of de vierde graad. Bij artikel 24 is dat relevant voor één punt. Stilstaan of parkeren op een overweg is een overtreding van de vierde graad: het KB van 30 september 2005 neemt "Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te laten parkeren op de overwegen" op bij de overtredingen van de vierde graad .

Een aantal andere punten van artikel 24 is van de tweede graad: stilstaan of parkeren op het trottoir, op een fietspad of "op minder dan 3 meter vóór deze oversteekplaatsen" , in tunnels en onder bruggen, en bij een helling of bocht met onvoldoende zicht. Opvallend: het KB legt de grens voor de tweede graad bij 3 m. Sta je tussen 3 en 5 m van een oversteekplaats of fietspad, dan is dat nog altijd verboden, maar dan gaat het om een overtreding van de eerste graad . De overige punten (kruispunten, lichten, borden, verhoogde inrichtingen) zitten in de restcategorie van de eerste graad .

Samengevat

  • Artikel 24 verbiedt stilstaan en parkeren overal waar je voertuig gevaar of onnodige hinder veroorzaakt.
  • Verboden plaatsen: trottoirs en verhoogde bermen in de kom, fietspaden, overwegen, oversteekplaatsen, tunnels en onder bruggen, hellingtoppen en bochten met slecht zicht, verhoogde inrichtingen.
  • 5 m: vóór oversteekplaatsen, bij de aansluiting van fietspaden en bij kruispunten.
  • 20 m: vóór verkeerslichten en verkeersborden. Uitzondering: voertuigen tot 1,65 m hoog als het bord of licht minstens 2 m hoog hangt.
  • Op een overweg stilstaan of parkeren is een overtreding van de vierde graad. Trottoir, fietspad, oversteekplaats (tot 3 m), tunnel, helling en bocht zijn tweede graad. De rest is eerste graad.

Bronnen bij deze les

Klik op een nummertje in de tekst om het fragment uit de bron te zien.

  1. [1]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 24: Stilstaan- en parkeerverbodOpen “op de rijbaan op minder dan 5 meter voor deze oversteekplaatsen”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
  2. [2]Vias institute, wegcode.be: Koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeerOpen “Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te laten parkeren op de overwegen.”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
  3. [3]Vias institute, wegcode.be: Wet betreffende de politie over het wegverkeer (Wegverkeerswet), artikel 29: indeling van de overtredingen in gradenOpen “De andere overtredingen van de federale reglementen”Geraadpleegd op 19 oktober 2026