RRijzzRijbewijs B
Op weg 8 min

De weg in woorden

De begrippen waarmee de Wegcode werkt, zoals rijbaan, rijstrook, fietspad, trottoir, berm, bebouwde kom, kruispunt, bestuurder en voertuigsoorten, en het verschil tussen stilstaan en parkeren.

Waarom dit ertoe doet

De Wegcode is geschreven in een eigen taal. Woorden als rijbaan, rijstrook, bestuurder en weggebruiker hebben er een precieze betekenis, en de examenvragen gebruiken die woorden letterlijk. Wie denkt dat "de weg" en "de rijbaan" hetzelfde zijn, of dat een fietser geen bestuurder is, leest de vraag verkeerd en kiest het verkeerde antwoord. Deze les legt de begrippen uit artikel 2 van de Wegcode uit, in de volgorde waarin je ze op de weg tegenkomt .

De openbare weg en haar delen

De openbare weg is het geheel: de rijbaan, het fietspad, het trottoir, de bermen en de parkeerstroken samen. Artikel 2 beschrijft vooral die onderdelen.

Rijbaan: "het deel van de openbare weg dat voor het voertuigenverkeer in het algemeen is ingericht" . Dat is dus het wegdek waarop auto's rijden. "Wanneer de openbare weg een rijbaan omvat moeten de bestuurders deze rijbaan volgen" .

Rijstrook: een deel van de rijbaan dat in de lengterichting verdeeld is door witte doorlopende of onderbroken strepen, of door oranje strepen bij werken . Een rijbaan zonder strepen heeft dus geen rijstroken, ook al is er plaats voor twee auto's naast elkaar.

Fietspad: "het deel van de openbare weg dat voor het verkeer van fietsen en tweewielige bromfietsen klasse A is voorbehouden" . Een fietspad hoort niet bij de rijbaan.

Trottoir: het gedeelte van de openbare weg, al dan niet verhoogd aangelegd ten opzichte van de rijbaan, dat in het bijzonder ingericht is voor voetgangers .

Bermen: de gelijkgrondse berm ligt op het niveau van de rijbaan, tussen de rijbaan en bijvoorbeeld een sloot, en is meestal niet verhard. De verhoogde berm ligt hoger dan de rijbaan . Beide zijn iets anders dan het trottoir en het fietspad.

Middenberm en verkeersgeleider: een middenberm is "elke aanleg in de lengterichting om de rijbanen te scheiden, behalve wegmarkeringen" . Een verkeersgeleider is een inrichting op de rijbaan die het verkeer kanaliseert, bijvoorbeeld een vluchtheuvel.

Kruispunt, overweg en bijzondere wegen

Een kruispunt is "de plaats waar twee of meer openbare wegen samenlopen" . Ook een T-splitsing is dus een kruispunt. De uitrit van een garage of een parking is dat niet, want dat is geen openbare weg.

Een overweg is de kruising van een openbare weg door een of meer sporen die buiten de rijbaan aangelegd zijn . Tramsporen in het midden van de straat vormen dus geen overweg.

De bebouwde kom is "een gebied met bebouwing en waarvan de invalswegen aangeduid zijn met de verkeersborden F1, F1a of F1b" . Het einde wordt aangeduid met F3, F3a of F3b. Je bent dus in de bebouwde kom vanaf het bord, niet vanaf het eerste huis.

Verkeersbord F1a: Begin van een bebouwde kom (met naam)F1aVerkeersbord F3a: Einde van een bebouwde kom (met naam)F3a

Een autosnelweg is de openbare weg waarvan het begin of de oprit aangeduid is met F5 en het einde met F7. Een autoweg begint bij F9 en eindigt bij F11 .

Verkeersbord F5: Begin of oprit van een autosnelwegF5Verkeersbord F7: Einde van een autosnelwegF7Verkeersbord F9: AutowegF9Verkeersbord F11: Einde van een autowegF11

Een woonerf of erf bestaat uit één of meer speciaal ingerichte openbare wegen waarvan de toegangen aangeduid zijn met F12a .

Verkeersbord F12a: Begin van een woonerf of erfF12a

Wie is wie

Weggebruiker is de ruimste term: "elke persoon die gebruik maakt van de openbare weg" . Een voetganger is dus ook een weggebruiker.

Bestuurder: "al wie een voertuig bestuurt of trek-, last- en rijdieren of vee geleidt of bewaakt" . Een fietser is een bestuurder, een ruiter ook, en zelfs wie koeien over de weg drijft. Een voetganger is geen bestuurder.

Voetganger: "Een persoon die zich te voet verplaatst" . Wie een fiets aan de hand leidt of een kinderwagen duwt, telt ook als voetganger.

Voertuigsoorten

Een voertuig is "elk middel van vervoer te land, alsmede alle verrijdbaar landbouw- of bedrijfsmaterieel" . De belangrijkste soorten:

begripkern van de definitie
rijwielvoertuig met twee of meer wielen, voortbewogen door pedalen of handgrepen
motorvoertuigelk voertuig met een motor, bestemd om op eigen kracht te rijden
bromfiets klasse Atot 25 km/u
bromfiets klasse Btot 45 km/u
speed pedelectweewieler met pedalen en trapondersteuning tot 45 km/u, juridisch een bromfiets
motorfietstweewielig motorvoertuig, met of zonder zijspan, dat geen bromfiets is
autoelk motorvoertuig (ook de trolleybus) dat geen bromfiets, motorfiets of drie- of vierwieler met motor is
aanhangwagen"elk voertuig dat bestemd is om door een ander te worden voortbewogen"

Alle rijen steunen op artikel 2 . Voor het examen onthoud je vooral dat een fiets een voertuig is en de fietser een bestuurder, en dat een speed pedelec een bromfiets is en geen fiets.

Stilstaan of parkeren

Dit onderscheid komt in het thema over parkeren uitgebreid terug, maar het begrip hoort hier thuis. Een stilstaand voertuig is "een voertuig dat niet langer stilstaat dan nodig is voor het in- of uitstappen van personen" of voor het laden of lossen van zaken . Een geparkeerd voertuig staat langer stil dan daarvoor nodig is. "Tanken of de batterij van een elektrisch of hybride elektrisch voertuig opladen wordt beschouwd als parkeren" .

Samengevat

  • De rijbaan is het deel van de openbare weg voor voertuigen. Rijstroken bestaan enkel waar strepen zijn.
  • Fietspad, trottoir en bermen horen bij de openbare weg, niet bij de rijbaan.
  • Kruispunt: waar twee of meer openbare wegen samenlopen. Een garage-uitrit is geen kruispunt.
  • Bebouwde kom: van F1 (of F1a, F1b) tot F3. Autosnelweg: van F5 tot F7. Autoweg: van F9 tot F11. Woonerf: F12a.
  • Weggebruiker is iedereen op de openbare weg. Bestuurder is wie een voertuig bestuurt of dieren leidt. Een fietser is een bestuurder, een voetganger niet.
  • Een speed pedelec is juridisch een bromfiets (tot 45 km/u).
  • Stilstaan: enkel zolang nodig om in of uit te stappen of te laden en te lossen. Al het andere is parkeren, ook tanken of opladen.

Bronnen bij deze les

Klik op een nummertje in de tekst om het fragment uit de bron te zien.

  1. [1]Vias institute, wegcode.be (met steun van de FOD Mobiliteit en Vervoer): Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg (Wegcode)Open Geraadpleegd op 19 oktober 2026
  2. [2]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 2: Bepalingen (definities van rijbaan, rijstrook, fietspad, trottoir, bebouwde kom, kruispunt, bestuurder, voertuigen, stilstaan en parkeren)Open “Rijbaan: het deel van de openbare weg dat voor het voertuigenverkeer in het algemeen is ingericht.”Geraadpleegd op 19 oktober 2026
  3. [3]Vias institute, wegcode.be: Wegcode, artikel 9: Plaats van de bestuurders op de openbare wegOpen “Elke bestuurder die de rijbaan volgt moet zo dicht mogelijk bij de rechterrand van die rijbaan blijven”Geraadpleegd op 19 oktober 2026